Monsters, helden, goden

Het kralenspel en het orakel vragen naar monsters, helden en goden. Waarom?

De ideeënleer gaat uit van een driedeling van ons gevoel in buik, hart en hoofd. Zij zijn bepalend voor hoe we de werkelijkheid waarnemen. De buik is het begerige deel, gericht op bevrediging van primaire behoeften. In het hart huist de vurigheid, de heilige verontwaardiging, het streven gezien te worden en erkenning te krijgen. Het hoofd is het redelijke deel, gericht op kennis en inzicht, op zien hoe het werkelijk is en niet in illusies leven.

Deze driedeling loopt parallel met die tussen monsters, helden en goden in de mythologie. Monsters (buik) zijn de verbeelding van wat je bedreigt, waar je bang voor bent of weg voor loopt. Goden (hoofd) staan voor wat je inspireert, waar je kracht aan ontleent en bezieling. Zonder hen verval je tot wanhoop en verdriet. Tussen hen in staat de held (hart), die geholpen door sommige goden en belemmerd door andere, de taak heeft een monster te verslaan. Daarvoor moet hij offers brengen, kracht ontwikkelen en zelfinzicht.